Archive for the ‘Muzings’ Category

Verslaving

Deze blog ligt een beetje stil. Weinig nieuwigheden om over te schrijven, en met een kleine koter die veel aandacht verdient en krijgt blijft er weinig tijd over om dingen te proberen, te experimenteren.. Momenteel ligt de focus op “onderhoud”.

Wat is het moeilijkste aan vader zijn? Het gebrek aan concentratie. Je kan nog alles doen wat je vroeger deed, eigenlijk. Maar in brokjes van 30 seconden per dag. Met huisgenoten die een gave hebben om je nodig te hebben *net* wanneer je je eindelijk op iets concentreert. Such is de realiteit. Niet beter of slechter. Dit is het moment waarop veel mannen hun gevoel voor mode weggeven, en er een uitgezette buik voor in de plaats krijgen. Wachtend op hun midlifecrisis.

Maar… wat een chance, ik hoef niet te wachten op die midlifecrisis! Die begon op mijn 14e en is niet meer weggegaan. Gevoel voor mode heb ik nooit gehad, en een buikje zal ik nooit hebben. Geld voor een motorfiets is er niet, dus hier zit ik dan met mijn midlifecrisis.

Misschien is dit wel het goede moment om mezelf aan te pakken? Beetje schoon schip te maken. Onlangs gaf de dokter me een doodernstige boodschap mee: “Ja, je stopt beter met het drinken van koffie.” De toenmalige omstandigheden maakten zijn boodschap erg duidelijk. Hoe ouder ik word, hoe minder ik ervan houdt om verslaafd te zijn aan iets. Het is duidelijk, dit is het uitgelezen moment om de koffie achter mij te laten. Dan kan ik me verlossen van een hoop koffie-gerelateerde spullen (geen angst! er blijft een setje in huis voor bezoekers) en mezelf beter onder controle krijgen. Het is zomer, en dat is een goed seizoen om met afkickverschijnselen om te gaan. Klaar als een klontje. Karakter heb ik met hopen. Komt voor de bakker!

Kon ik maar dezelfde discipline aan de dag leggen om mijn (onbenutte) gameboy te verkopen..

Advertenties

Een Dacha in Nanaimo

Toen ik net in Nanaimo kwam wonen, viel me op dat veel oude huizen hier lijken op de huizen die ik op de Russische steppes zag. Officieel heet het ‘Edwardian Style’. Maar vandaag valt me een (gebrek) aan Russische overeenkomsten op.

Eind 19e eeuw kregen veel Russen uit de middenklasse de kans om een buitenverblijf te bekomen. Altijd deels als ontspanningsverblijf, maar het verbouwen van eigen groente en fruit was een belangrijke activiteit. Het fenomeen overleefde de Russische revolutie en het einde van de Soviet Unie. Ook vandaag nog is het voor veel Russen belangrijk eigen voedsel te verbouwen.

Waar veel Russen uit de lagere klassen van droomde, heeft zowat iedereen hier: een tuin met genoeg  plek om heel veel groentjes en fruit te kweken. Gek genoeg is het de droom van de hogere klassen hier (of zij die ervan dromen daarbij te horen) om vooral geen tuin te hebben. Ze wonen liever in een townhouse, een tussenvorm tussen eigen huis en appartementsgebouw.

Als je bedenkt dat het voedsel voor de bewoners van ons eiland vooral vanuit Californie en Mexico komt (over zee), dat transport alleen maar duurder wordt, dat Californie al jarenlang van de ene droogte naar de andere sukkelt… Waarom staan de tuinen in Nanaimo dan niet vol met groentebedden en fruitbomen?

Gelukkig halen we uit de tuin van onze Datcha groentjes, fruit en eieren. Met elk jaar leren we bij, en halen we iets meer oogst binnen. Ik wil geen ander leven dan dit.

Brood door het raam, deel 1

Deze laatste maand deed ik iets geks. Ik at brood. Glutenvrij bood.

Hoewel ik wel eens vaker glutenvrije dingen kocht, in tijden van nood, was mijn filosofie toch “waarom namaak brood en namaak koekjes eten, als er echte alternatieven bestaan?” Maar de mens is een gewoontedier en ondanks het rijke aanbod aan voeding-van-over-de-hele-wereldbol in zowat elke supermarkt hier is het vaak te veel werk om iets totaal willekeurigs van het rek te nemen en uit te zoeken wat het is. Of ik het lekker vind. Of het gezond is. Of het in mijn plaatje past.

Maar opeens dus, merk ik dat ik een hele maand elke dag glutenvrij brood zit te kauwen. Mijn ploegbaas maakt een opmerking “alweer chocoladepasta?”. En hoewel zijn opmerking mijn beleg tot doel heeft, doet het een belletje rinkelen over het medium van dat beleg. Mijn urine begint anders te ruiken. Ik krijg meer en meer last van flauwtes tussen twee shifts tijdens de werkuren. En ’s avonds ben ik zo; ontzettend; moe.

Bovendien is het meeste glutenvrije brood eigenlijk echt best rommel. Vol bewaarmiddelen, smaakmakers, synthetische brol. Dure rommel nog wel! En het zelf maken kost ongeveer evenveel, en vraagt een tijdsinvestering die een man die een baby grootbrengt, 10 uren per dag weg is voor z’n werk, groenten kweekt en muziek speelt niet kan opbrengen.

Tijd om er iets aan te doen! Ik ben gek op de Japanse “onigiri” rijstballen. Op reis  door Japan waren ze mijn beste middel van overleven. En, je kan ze maken van bruine rijst. Belangrijk, want altijd witte rijst geeft op termijn voedingstekorten. Hoewel N. op dit moment enkel witte rijst eet (om de maag van kleine Moka nog even te sparen. Jawel jawel, via de moedermelk kan een kind last hebben van de dingen die moederlief eet.) is dit de kans voor mij om mijn portie bruine rijst binnen te spelen.

Lieve lezertjes, hierbij verklaar ik de uitdaging aan mezelf voor geopend! Er is geen glutenvrij brood in huis. En ondergetekende gaat de komende week cold turkey. Mijn alternatief worden onigiri van bruine rijst en groene linzen. Superbonus: je kan die heel makkelijk invriezen! Stay tuned voor deel 2 😀

Geld besparen, “a simple art”

“Don’t judge a book by its cover,” zeggen ze hier. Wie mijn verhaal al een tijdje volgt weet dat ik sinds ik in Canada woon met (veel) minder rondkom dan tevoren. En dat is in stapjes gebeurd. Maar wat ik nu voor mekaar kreeg is toch gene kattepis.

Bij de bibliotheek had ik een geweldig kookboek ontleend: “Japanese Cooking, a simple art”. Helemaal mijn ding. Bovendien voorzien van een prachtige omslag.

japanese_food06-thumb-180x258-2734.jpg

Na drie ontleningen was het me duidelijk dat ik dit boek vaak zou gebruiken, en een kookboek wordt pas nuttig wanneer je er nota’s in kan maken. Dus, aanschaffen die handel.
Dat is an sich al een geweldige stap voorwaarts voor deze kerel: vroeger zou ik het boek gewoon meteen gekocht hebben, zonder het eerst bij de bib te ontlenen.

De zoektocht gaf me echter koude rillingen. Nieuwe en tweedehandse versies van dit boek kosten evenveel, zo’n 70 Canadese dollar. Dat zijn 35 kopjes koffie drie pakken luiers. Behalve eentje. Eentje was te koop voor .. 2 dollar! Dat kan niet, hoor ik u zeggen. Toch wel. Maar het boek had geen mooie omslag meer, enkel de saaie gewone kaft. Mijn brein peinsde zich suf. Toegeven aan mijn oude gewoontes? (De hopen geld die ik uitgaf “om toch maar de hele collectie te hebben” of “de uitgave met de gouden randjes!”…) Of mijn zwaktes te boven komen?

Er was een kleine kans dat capituleren, want de verkoper kon DSC04867.jpgniet garanderen dat het boek echt hetzelfde is. De auteur staat niet vermeld op de gewone kaft, en zelfs de titel is een beetje anders. Maar ik besloot de gok-van-2-dollar te nemen.

En jawel, twee weken later ligt er een fantastisch kookboek in de bus. Voor 2 dollar. (en 15 dollar verzendkosten, auw! Maar die had ik sowieso extra mogen ophoesten bij eender welke andere verkoper.) Dolgelukkig ga ik nu aan de slag, en de kleine dochter heeft drie weken langer propere luiers aan de bibs.

 

Verraad!

Een herinnering schiet me te binnen.

Het is winter, en moeder heeft nood aan wat rust.
Vader offert zich op om mijn zus en mij een namiddag al spelend te onderhouden. Met ons drie trekken we ons terug in vader’s bureau, waar drie stoelen-op-een-rij een gevechtsruimtetuig worden. Mijn vader loodst ons als kapitein door gevaarlijke meteorietvelden, doorheen blokkades van vijandige sterrevolken en veilig langs zwarte gaten.

Zus en ik zitten op stoelen die kunnen draaien, dat worden natuurlijk geschutskoepels, zodat vader luidkeels kan bevelen: “bakboord, vuur!” Han Solo of Luke Skywalker my ass, de enige echte ruimteheld is mijn vader.

Het hoogtepunt in onze fantasietocht komt wanneer zus en ik ons tegen de kapitein moeten keren en hem in de rug schieten, zodat hij met een grimas (en nauwelijks verholen pret) over de grond kan rollen. En ons zijn doodsreutel kan toewerpen: “aaaah, verraad!”

Upkeep

Wie al eens (strategie) videospelletjes speelt kent vast het concept van Upkeep:

Hoe meer soldaatjes en kazernes je bouwt, hoe duurder alles wordt. Het is een manier om balans te houden tussen spelers, zodat een speler niet domweg heel veel geld pompt in een massale horde soldaten om zo de tegenspelers te overrompelen. Je word gedwongen om tactischer te spelen.

Vreemd genoeg vinden de meeste gamers dit concept best fair, terwijl de echte-wereld-versie van Upkeep (meer belastingen voor wie meer verdient) de haren overeind krijgt bij iedereen die belastingen betaalt.

Ik vertel niets nieuws, maar ik merk wel in een virtuele, abstracte, context mensen in staat zijn meer flexibeler te denken dan wanneer hun dagelijkse gangetje verstoord lijkt te worden. Mijn fantastische zus, een lokale politica, wordt vaak geconfronteerd met het niet-in-mijn-achtertuin-syndroom. Ik begrijp haar frustratie.

Swinging London

Laatst was ik in Londen.

Na een dagje rondhossen merk ik dat iedereen, echt iedereen, lijkt op iemand die ik al ken. Alleen houden mensen in de hippe straten van een grote stad zich zo verschrikkelijk hard bezig met hun hipheid dat ik bijzonder hard terugverlang naar ons eiland. Het woord “fake” heb ik al jaren niet gebruikt, maar vandaag haal ik graag mijn adolescentenwoordschat even boven.