Archive for the ‘Expat’ Category

Een Dacha in Nanaimo

Toen ik net in Nanaimo kwam wonen, viel me op dat veel oude huizen hier lijken op de huizen die ik op de Russische steppes zag. Officieel heet het ‘Edwardian Style’. Maar vandaag valt me een (gebrek) aan Russische overeenkomsten op.

Eind 19e eeuw kregen veel Russen uit de middenklasse de kans om een buitenverblijf te bekomen. Altijd deels als ontspanningsverblijf, maar het verbouwen van eigen groente en fruit was een belangrijke activiteit. Het fenomeen overleefde de Russische revolutie en het einde van de Soviet Unie. Ook vandaag nog is het voor veel Russen belangrijk eigen voedsel te verbouwen.

Waar veel Russen uit de lagere klassen van droomde, heeft zowat iedereen hier: een tuin met genoeg  plek om heel veel groentjes en fruit te kweken. Gek genoeg is het de droom van de hogere klassen hier (of zij die ervan dromen daarbij te horen) om vooral geen tuin te hebben. Ze wonen liever in een townhouse, een tussenvorm tussen eigen huis en appartementsgebouw.

Als je bedenkt dat het voedsel voor de bewoners van ons eiland vooral vanuit Californie en Mexico komt (over zee), dat transport alleen maar duurder wordt, dat Californie al jarenlang van de ene droogte naar de andere sukkelt… Waarom staan de tuinen in Nanaimo dan niet vol met groentebedden en fruitbomen?

Gelukkig halen we uit de tuin van onze Datcha groentjes, fruit en eieren. Met elk jaar leren we bij, en halen we iets meer oogst binnen. Ik wil geen ander leven dan dit.

De smaak van thuis

Vorige maand kervelzaad gezaaid, en vandaag voor het eerst in mijn leven kervelsoep gemaakt.

Buiten moeder´s keuken had ik dat nog nooit gegeten, en het effect is een ware cultuurschok. De smaak van thuis, zo ver weg van huis. N is enthousiast, dus dat smaakt naar meer 😉

Familiebezoek

Familie op bezoek! Een blij weerzien voor iedereen 🙂 We trekken naar Salt Spring Island en naar de Horne grotten, alwaar we (zonder het bezoek) ook nog een nacht ons tentje opzetten.

Een van mijn grootste angsten was dat de komst van Moka het einde zou betekenen van het avonturieren. Maar hier sie: we duiken samen al de grotten in, en N toont zich een acrobaat van jewelste, om met Moka op de buik over glibberige rotsen te klimmen. Volgende uitdaging: een nachtje met ons drie op de Arrowsmith berg.

Geluk zit in een klein boekje

Altijd fijn om post te krijgen uit Belgenland, maar vorige week zat er toch iets geweldigs in de bus. De oude collega’s van de jeugddienst (en gezondheidspromotie, ja ja Ben 😉 ) maakten een ABC boek voor onze kleine spruit, vol met gein van onze oude avonturen. Bedankt rakkers! Wanneer de kinderen allemaal groot zijn en we onze midlifecrisissen overleefd hebben dan gaan we weer op avontuur!

EN gezien ze dat duidelijk tijd en moeite heeft gekost, hebben ze maar meteen extra post bijgestoken voor het komende jaar. Zo kunnen we envelopjes openen voor Moka’s verjaardag, Suzu’s verjaardag en nog veel meer. En ook eentje voor… “nurfdag”? Ik heb geen flauw idee! Wie kan helpen?

En de pinnemuts? Onze lieve buurvrouw die graag breit maakte een kabouter van Moka. N. moest even nadenken wat een kabouter ook alweer was. Met mijn welbedoelde uitleg ging ze aan het googelen, en slaakte een kreet van verontwaardiging. “Onze Moka is zo geen lelijk ding!” Gelukkig volstond een snelle blik om het misverstand recht te zetten, en de brave Gimli uit Lord of the Rings op haar scherm te vervangen door een echte boskabouter.

 

Expat verhalen: werkloosheidsuitkering en een vlek

Werrekeloows

Toen ik vijf jaren geleden voor het eerst in Canada werkte maakten de regeltjes, de finesses en het tussen-de-regels lezen weinig uit. Het was een experiment en een avontuur, en mocht ik er geen cent (en pensioen) aan overhouden dan was er nog geen kind overboord.

Maar de laatste jaren heb ik een vaste baan, en telt elke maand mee voor pensioen. Hoewel ik weet dat ik niet op m’n 52e met pensioen zal gaan, zoals ik nog enkele dinosaurussen heb weten doen in Good Old Belgium, is het vooral een goed nieuws show: ik heb vast werk, in een land waar dat lang niet zo vanzelfsprekend is. Onze provincie heeft, buiten bureaujobs voor haantjes in Vancouver, weinig werk. Ons eiland is niet meteen het hoogtepunt van dynamiek en onze stad heeft torenhoge werkloosheid en geen spatje hoop op een heropleving van de industrie. We zijn letterlijk een rusthuisstad, met alle gevolgen van dien.

Maar, de prijs die ik moet betalen voor vele maanden lang lekker in het zonnetje kunnen zweten en daarvoor betaald worden, is de jaarlijkse sluiting. Het is te koud, planten groeien niet, de potten vriezen vast aan de grond en tuiniers komen niets kopen. De boel ligt op apegapen.

Geen nood! De werkloosheidsuitkering hier springt bij voor iedereen die “seizoensgebonden” werk doet. Ook al is de wachttijd ongeveer even lang als de sluitingstijd van het bedrijf, je bent beschermd voor een eventuele late trap van Koning Winter.
En je hoeft zelfs niet al te veel papierwerk te doen, lijkt het. Want je werkgever stuurt een digitaal overzicht van je loonbriefjes. Mooi opgedeeld per twee weken (loon komt elke twee weken op de rekening). Bijvoorbeeld.. 7 december tot en met 21 december.

Maar oh, blijkbaar moet je toch zelf ook even langs een formuliertje op de werkloosheidsuitkering passeren om dat ook zelf in te vullen. Dubbel werk, maar alla. Hoe moeilijk kan dat zijn? Je neemt je loonbriefjes erbij, en bent klaar om die twee-wekelijkse periode in te vullen. “Vul je gewerkte uren in vanaf 14 december tot en met 28 december”.

Hoe? Ha? Pardon? Zweet breekt uit. Hoeveel uren heb ik die week gewerkt? En die week? Ik weet dat ik ergens een uurtje sneller naar huis ben gegaan, maar wanneer was dat weer? Ahhhh denk denk pijns pijns..

Het resultaat is twee winters na mekaar boze brieven van de uitkering, want mijn rapport komt niet 100% overeen met dat van de werkgever. Je kan je eenmaal ingegeven rapport ook niet meer herbekijken, en om een fout te verbeteren mag je twee uren lang aan de telefoon hangen. Wanneer ik eindelijk een dame te pakken krijg valt de verbinding weg.

MAAR! Geen paniek! Je kan naar het lokale kantoor van de federale regering gaan, en daar… gratis hun telefoon gebruiken om naar de overheidsdiensten te bellen.*

Het resultaat, in dit land waar “tweetalige dienst” betekent dat de overheidsambtenaren verplicht “Hello Bonjour” moeten zeggen, om je dan in het Engels te zeggen dat ze geen Frans spreken maar wel heel veel foldertjes in het Frans hebben; in dit land waar je voor het internetbankieren enkel je bankkaartnummer en een wachtwoord nodig hebt; in dit land waar “alles nu electronisch gebeurt”; mag deze Belg voortaan op een blaadje papier gewerkte uurtjes gaan turven.

* Eerlijk is eerlijk, de dame heeft me daar uitmuntend geholpen, en nu is ondergetekende helemaal “fool proof” voor volgend jaar!

Een vlek

Ik heb zo’n rare vlek op mijn slaap. Net als mijn dochter groeit die vlek elke dag. Gelukkig niet zo snel. Maar twee jaren geleden tijdens een laatste bezoek bij de dermatoloog gaf de computer aan dat de vlek van vorm veranderde. En dan is het opletten geblazen. Simpele computer, maar heel handig. Elk jaar een kiekje en de pjoeter berekent het verschil en vertelt je of je je zorgen moet maken.

Anno 2016 werk ik in het zonnetje, en ondanks alle voorzorgen blijf ik paranoïde over die vlek. Dus hop naar de dermatoloog. Maar dit is Noord-Amerika, dus dat betekent “hop binnen een half jaar naar de dermatoloog”. Niet getreurd, vandaag is eindelijk de dag. Half uurtje wachten in een wachtzaal met louter senioren, en dan nog eens een half uurtje wachten in het kabinet. Ondertussen heb ik de receptioniste gezien en een dame die (ik vermoed) een administratief verpleegster is? Je mag je verhaaltje elke keer opnieuw opdreunen en dan is het ok, de dokter komt er aan. Ik begrijp nu ook waarom gezondheidszorg hier zo duur is, als je drie mensen nodig hebt om hetzelfde werk te doen als 1 Belgische dokter.

Ondertussen heb ik het geluk dat de baby die ik op mijn buik meedraag rustig doorslaapt, en ik doe lekker mee, zodat ik wakker schiet wanneer de dokter na een half uur eindelijk binnenkomt. De verpleegster had al gevraagd of ik “verhullende doeken” wilde. Pardon? Ik weet dat ik me moet uitkleden, dat is normaal wanneer een dokter je hele lijf gaat afspeuren naar gevaarlijke vlekken. Wat is dan het nut van een doek om alles weer te verhullen? Maar ik herinner me dat Canadezen zo preuts zijn als de oude Victorianen.

De (jonge) dokter is duidelijk gegeneerd wanneer ik me (op haar vraag) zonder problemen uitkleed, en zucht van opluchting wanneer N ook binnenkomt, de baby overneemt en erbij blijft.

Wanneer ik haar uitleg hoe in België de foto’s vergeleken worden krijgt ze het schaamrood op de wangen. “Het spijt me meneer, maar wij zijn nog niet zover gevorderd. Als, als u wil kan ik met mijn iPhone een foto nemen en naar mezelf emailen? Dan kan ik daar volgend jaar naar kijken? Is dat goed genoeg? Het spijt me meneer!”

Ik heb vaak het gevoel dat in een tijdscapsule stap wanneer ik westwaarts vlieg.

 

Twee maal expatverhalen

Hoewel dit een blog is van een Belg in het buitenland, schrijf ik relatief weinig “expat” verhalen. Maar hier toch twee.

The lambada? That´s the forbidden dance!

Voor de eerste keer in vijf jaren zie ik een uitnodiging voor een open cultureel festival vanuit de Snuneymuxw natie. Voor de niet-ingewijden: de oorspronkelijke bevolking van oa het gebied waar onze stad Nanaimo ligt.
Niet alleen ben ik door het dolle heen dat er zo’n festival *is*, Moka kan ook mee!
Natuurlijk is dat buiten het volume van de drums gerekend. N offert zich moedig op, en houdt Moka op een afstand die de decibels genoeg doet afzwakken.
De dansers en zangers komen zijn van de Gwa’sala-‘Nakwaxda’xw natie, helemaal op het noorden van het eiland.
Wat gebeurt is fascinerend. In het begin zie ik jongeren die bijna allemaal zwaarlijvig zijn. Ze moeten voor elke dans op een briefje kijken. De ceremoniemeester leest beschrijvingen voor vanop het schermpje van zijn telefoon. Alle ingrediënten voor een cynicus om eens goed te lachen.
Maar dan beginnen er dingen door te sijpelen. De ceremoniemeester verduidelijkt dat hij normaal gezien enkel zingt. Maar omdat hun echte ceremoniemeester er niet bij kan zijn, heeft hij beschrijvingen doorgestuurd naar de telefoon van zijn plaatsvervanger. Ik hoor dat de jongeren een eerste generatie nieuwe dansers zijn. Na twintig jaren zonder instroom. Wie van ons zou durven in een vreemde cultuur onze traditionele dansen gaan laten zien? Goed wetende dat je ze nog niet helemaal onder de knie hebt, maar er is nu eenmaal niemand meer die het beter kan? Goed wetende dat je zwaarlijvig bent? Wie van ons durft, zonder de beschermende vleugels van een Genootschap of van een Universiteit een oude traditie oppakken en leven inblazen?
Een van de zangers laat weten dat, toen hij jong was, er geen zangers meer waren. Wie wilde dansen, moest maar een cassette opzetten. En we weten allemaal hoe `goed´ cassettes klonken in de jaren 80.
Voor iedereen in de groep is dit de eerste keer dat ze zo ver kunnen reizen. Dankzij het budget van het festival. Met “ver” moet je even denken dat ons eiland zo groot is als België. Buiten schoolreizen is er geen mogelijkheid om ver weg te gaan.
Bij elke dans krijgen de zangers en dansers nu meer zelfvertrouwen. Bij de laatste dans wordt iedereen uitgenodigd, en een grote groep mensen uit publiek dans mee. Mensen van de Snuneymuxw, blanke Canadezen, oud en jong.
Na de laatste dans spreekt een oudere Snuneymuxw man spontaan de zangers en dansers toe, dankt hen, en herinnert iedereen er aan dat onder de Canadese wetgeving deze dansen zelfs verboden waren tot 25 jaren geleden. Verboden.

Bij de Santa op schoot

Ik zou uren kunnen doordrammen over het verschil tussen Sint Niklaas en Santa Claus. Maar dat hebben anderen al genoeg gedaan.
Tijdens een kopje thee vraagt een buurvrouw of ik al ben langsgeweest voor een foto bij Santa Claus. “Dat is niet echt iets waar ik veel belang aan hecht,” zeg ik. Ze is toch nog te jong om te beseffen wat er gebeurt.
“Maar het draait helemaal niet om jou, jongen! Het gaat om haar reactie binnen een aantal jaren wanneer je haar die foto toont!” Wanneer we in de buurt van het shoppingcenter zijn, zwicht ik en besluit aan te schuiven voor het plezier van la petite merveille, toekomstige tijd. Santa Claus trekt grote ogen bij de deze kleine meid. Als goede ouders laten we wat afstand, maar toch fluistert Santa ons toe: “Je weet toch dat het eigenlijk jullie zijn, die mij een geschenk geven?”