Archive for januari, 2016

Expat verhalen: werkloosheidsuitkering en een vlek

Werrekeloows

Toen ik vijf jaren geleden voor het eerst in Canada werkte maakten de regeltjes, de finesses en het tussen-de-regels lezen weinig uit. Het was een experiment en een avontuur, en mocht ik er geen cent (en pensioen) aan overhouden dan was er nog geen kind overboord.

Maar de laatste jaren heb ik een vaste baan, en telt elke maand mee voor pensioen. Hoewel ik weet dat ik niet op m’n 52e met pensioen zal gaan, zoals ik nog enkele dinosaurussen heb weten doen in Good Old Belgium, is het vooral een goed nieuws show: ik heb vast werk, in een land waar dat lang niet zo vanzelfsprekend is. Onze provincie heeft, buiten bureaujobs voor haantjes in Vancouver, weinig werk. Ons eiland is niet meteen het hoogtepunt van dynamiek en onze stad heeft torenhoge werkloosheid en geen spatje hoop op een heropleving van de industrie. We zijn letterlijk een rusthuisstad, met alle gevolgen van dien.

Maar, de prijs die ik moet betalen voor vele maanden lang lekker in het zonnetje kunnen zweten en daarvoor betaald worden, is de jaarlijkse sluiting. Het is te koud, planten groeien niet, de potten vriezen vast aan de grond en tuiniers komen niets kopen. De boel ligt op apegapen.

Geen nood! De werkloosheidsuitkering hier springt bij voor iedereen die “seizoensgebonden” werk doet. Ook al is de wachttijd ongeveer even lang als de sluitingstijd van het bedrijf, je bent beschermd voor een eventuele late trap van Koning Winter.
En je hoeft zelfs niet al te veel papierwerk te doen, lijkt het. Want je werkgever stuurt een digitaal overzicht van je loonbriefjes. Mooi opgedeeld per twee weken (loon komt elke twee weken op de rekening). Bijvoorbeeld.. 7 december tot en met 21 december.

Maar oh, blijkbaar moet je toch zelf ook even langs een formuliertje op de werkloosheidsuitkering passeren om dat ook zelf in te vullen. Dubbel werk, maar alla. Hoe moeilijk kan dat zijn? Je neemt je loonbriefjes erbij, en bent klaar om die twee-wekelijkse periode in te vullen. “Vul je gewerkte uren in vanaf 14 december tot en met 28 december”.

Hoe? Ha? Pardon? Zweet breekt uit. Hoeveel uren heb ik die week gewerkt? En die week? Ik weet dat ik ergens een uurtje sneller naar huis ben gegaan, maar wanneer was dat weer? Ahhhh denk denk pijns pijns..

Het resultaat is twee winters na mekaar boze brieven van de uitkering, want mijn rapport komt niet 100% overeen met dat van de werkgever. Je kan je eenmaal ingegeven rapport ook niet meer herbekijken, en om een fout te verbeteren mag je twee uren lang aan de telefoon hangen. Wanneer ik eindelijk een dame te pakken krijg valt de verbinding weg.

MAAR! Geen paniek! Je kan naar het lokale kantoor van de federale regering gaan, en daar… gratis hun telefoon gebruiken om naar de overheidsdiensten te bellen.*

Het resultaat, in dit land waar “tweetalige dienst” betekent dat de overheidsambtenaren verplicht “Hello Bonjour” moeten zeggen, om je dan in het Engels te zeggen dat ze geen Frans spreken maar wel heel veel foldertjes in het Frans hebben; in dit land waar je voor het internetbankieren enkel je bankkaartnummer en een wachtwoord nodig hebt; in dit land waar “alles nu electronisch gebeurt”; mag deze Belg voortaan op een blaadje papier gewerkte uurtjes gaan turven.

* Eerlijk is eerlijk, de dame heeft me daar uitmuntend geholpen, en nu is ondergetekende helemaal “fool proof” voor volgend jaar!

Een vlek

Ik heb zo’n rare vlek op mijn slaap. Net als mijn dochter groeit die vlek elke dag. Gelukkig niet zo snel. Maar twee jaren geleden tijdens een laatste bezoek bij de dermatoloog gaf de computer aan dat de vlek van vorm veranderde. En dan is het opletten geblazen. Simpele computer, maar heel handig. Elk jaar een kiekje en de pjoeter berekent het verschil en vertelt je of je je zorgen moet maken.

Anno 2016 werk ik in het zonnetje, en ondanks alle voorzorgen blijf ik paranoïde over die vlek. Dus hop naar de dermatoloog. Maar dit is Noord-Amerika, dus dat betekent “hop binnen een half jaar naar de dermatoloog”. Niet getreurd, vandaag is eindelijk de dag. Half uurtje wachten in een wachtzaal met louter senioren, en dan nog eens een half uurtje wachten in het kabinet. Ondertussen heb ik de receptioniste gezien en een dame die (ik vermoed) een administratief verpleegster is? Je mag je verhaaltje elke keer opnieuw opdreunen en dan is het ok, de dokter komt er aan. Ik begrijp nu ook waarom gezondheidszorg hier zo duur is, als je drie mensen nodig hebt om hetzelfde werk te doen als 1 Belgische dokter.

Ondertussen heb ik het geluk dat de baby die ik op mijn buik meedraag rustig doorslaapt, en ik doe lekker mee, zodat ik wakker schiet wanneer de dokter na een half uur eindelijk binnenkomt. De verpleegster had al gevraagd of ik “verhullende doeken” wilde. Pardon? Ik weet dat ik me moet uitkleden, dat is normaal wanneer een dokter je hele lijf gaat afspeuren naar gevaarlijke vlekken. Wat is dan het nut van een doek om alles weer te verhullen? Maar ik herinner me dat Canadezen zo preuts zijn als de oude Victorianen.

De (jonge) dokter is duidelijk gegeneerd wanneer ik me (op haar vraag) zonder problemen uitkleed, en zucht van opluchting wanneer N ook binnenkomt, de baby overneemt en erbij blijft.

Wanneer ik haar uitleg hoe in België de foto’s vergeleken worden krijgt ze het schaamrood op de wangen. “Het spijt me meneer, maar wij zijn nog niet zover gevorderd. Als, als u wil kan ik met mijn iPhone een foto nemen en naar mezelf emailen? Dan kan ik daar volgend jaar naar kijken? Is dat goed genoeg? Het spijt me meneer!”

Ik heb vaak het gevoel dat in een tijdscapsule stap wanneer ik westwaarts vlieg.

 

Advertenties

Zij ruikt naar zondag ochtend

Ze zeggen dat de kruin van een baby
zo aangenaam ruikt
En mensen blij en zachtaardig maakt.

Aangenaam jawel, maar hoe ruikt het dan precies?
De grote stemmen zwijgen.

Ik weet het wel.

Zij ruikt naar zondag ochtend
naar koffiekoeken en moeder’s bakje troost.

Zij ruikt naar zondag ochtend
met vader op de mat, kijkend naar een ouwe western.In zwart-wit.
Met elke dode cowboy of ridder word ik bleker
maar bezweert vader me
“na de film staan die allemaal weer op,
en gaan een kop koffie drinken”.

Zij ruikt naar zondag ochtend
Strips en boeken met zus in bed.
cassetjes vol brabbel en vreugd
Tant pis dat we de muziek van onze ouders overschreven.

Zij ruikt naar zondag ochtend
En 35 jaren zitten samengebald in één enkel
klein verbazingwekkend mensje.

Walking in a winter wonderland

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Gaan wandelen met Moka en N. Onze eerste keuze, de Extension Ridge is uitgesloten wegens te stijl en teveel ijs. We wandelen met een baby wiebelend in een draagzak op de buik.

Op dan maar naar Morrell Sanctuary. Een (niet eens zo klein) stukje prive natuurreservaat, vlak naast de stad. In mijn herinnering is het erg plat en nat. Maar tot onze vreugde leidt een afdwaling ons naar een rotsige top, heerlijk besneeuwd en met een mooi uitzicht op de Wakesiah, ofte Mnt Benson. Net avontuurlijk genoeg om mijn cabin fever wat in te tomen, verantwoord genoeg om mijn kind niet kwijt te geraken aan de sociale inspectie.

Ik kan niet wachten tot Moka op eigen kracht zulke dingen kan meemaken.

Jefke

Ik heb een oud boekje ontleend in de bib hier, met volksliedjes uit de hele wereld.

Eentje ervan, uit Bulgarije, heeft een tekst die hetzelfde verhaal vertelt als ‘jef ge moet naar huis toe gaan’.

Jef heet in Bulgarije Elenke en is een vrouw, en het gaat als volgt:
Elenke, Elenke, kom naar huis naar je zieke geliefde
Is’m ziek? Laat het zijn, het zijn mijn zaken niet.
Ik zal deze vrolijke dans voor geen moment verlaten.
Hier blijf ik, ga weg, want dansen maakt me vrolijk.

Elenke, Elenke, je man is stervende
Is hij stervende? Laat het zijn, het zijn mijn zaken niet.
Ik zal deze vrolijke dans voor geen moment verlaten.
Hier blijf ik, ga weg, want dansen maakt me vrolijk.

Ze gebruiken zelfs de herhaling (iemand zingt, het koor herhaalt).

Maar de melodie is helemaal anders, dus dit lijkt mij een heerlijk voorbeeld van parallelle maar gescheiden ontwikkeling.

Waarschijnlijk is de tekst wel van de ene naar het andere land gereisd, tot in de late middeleeuwen kon volksmuziek gemakkelijk verspreiden.

Er was weinig verschil in de teksten van Duitse en Middelnederlandse muziek, mensen konden mekaars teksten nog lezen, dus er hoefde niets vertaald te worden. Zo kon muziek snel zwerven. En Duitsland is niet zo ver van Bulgarije, zodus.

In Nederlands Brabant zingen ze het lied ook, maar daar het Jef Jantje.

En in Duitsland ook, en daar is het de vrouw die naar huis geroepen wordt, niet de man. Dat is al een stapje dichterbij de Bulgaarse tekst.

Meer lezen? Bekijk de databank van Nederlandstalige literatuur.