Archive for juli, 2012

Trans Canada Trail, prelude

Er loopt een pad doorheen heel Canada (meer details hieronder) en ik besluit er een stukje van mee te pikken. Op Vancouver Island loopt het Trans Canada Trail (TCT) van Nanaimo tot Victoria. Mijn plan is om stukje bij beetje het traject te verkennen, bv in brokjes van 2 dagen.  Wanneer het ‘in de vingers zit’ lijkt het me dan een heerlijk gek idee om het hele traject te wandelen. Dat zal een dikke week tijd kosten, misschien twee.

De eerste etappe wordtvan  Nanaimo tot Ladysmith. Omdat ik wil vermijden al van in het begin verloren te lopen jog ik het begin van de route. Via een bergrug gaat de weg tot het dorpje Extension (heerlijke plaatsnaam vind je niet? ‘Woa woende gaa? In d’Ooêtbraading’). Ik ontdek een geweldig stukje hedendaagse shamanistiek (wachten op foto’s tot ik het traject opnieuw doe met rugzak en camera) en heb het vreemde gevoel helemaal weg te zijn van de beschaving, ook al loopt het pad niet zo ver van de grote snelweg.

Wordt vervolgd!

(Het Trans Canada Trail is meer een imaginaire verbinding tussen heel wat plaatselijke paden, al wordt er hard gewerkt om alle stukken ook effectief met mekaar te verbinden. In sommige gevallen moet je tijdelijk langs de openbare weg of door een stad, maar bv steden proberen groene corridors aan te leggen, er worden bruggen gebouwd over rivieren etc).

Advertenties

Kopje thee, deel 3

De Fransman in Taiwan is een goeie zakenman. Hij verkoopt me exact de theewarmer waar ik naar zoek, stuurt het meteen op en steekt er nog wat cadeautjes bij. Dat kan natuurlijk ook betekenen dat ik veel te veel betaald heb maar alla. 😉

Natuurlijk kriebelt het om deze jongen uit te proberen. De resultaten komen spoedig op een blog dichtbij u.

Tofino Botanical Gardens

N heeft twee daagjes vrij van haar stage, en we sjeezen weer richting westkust. Ze blijkt het surfen ondertussen te pakken te hebben en heeft zes goeie golven. Natuurlijk volgt de overmoed, en wanneer ik merk dat de golven tijdelijk veel krachtiger worden probeer ik haar duidelijk te maken dat ze beter een ander plekje kiest. Het mag niet baten, ze gaat de wasmachine in en landt een hele later als een walvis in Oostende. Ze geeft gelukkig niet op, maar blijft een klein beetje bescheidener nu en jawel, ze pakt weer enkele goeie golven om de sessie mee af te sluiten. Fier als enen gieter ben ik, op mijn madam. En ikke? Ik moet hard werken om golven te kunnen pakken met mijn kleine fish-surfplank, maar het begint te lukken.

Om uit te blazen trekken we naar de Tofino Botanical Gardens, waar we een uurtje verdwalen tussen planten en de vreemde voorwerpen. Aanrader! Daarna nog een burgertje steken in een surfshop/cafe uitgebaat door de lokale Ucluelet first nation (Yuułuʔiłʔatḥ). We horen heel wat Frans rondom ons, en de plek blijkt populair te zijn bij Québecqois.

Tofino en Ucluelet zijn kleine dorpjes, maar er valt gelukkig genoeg te beleven om elke keer iets anders te doen.

Buit

We eten elke dag lekkere bosbesjes van onze struiken, jeuj! Daarnaast nog een poging tot “shanghai style’ eieren. Ze zijn lekker, maar ik vergeet verdulleme toch een foto van het eindresultaat te maken. Later een nieuwe poging!

De huisbazen hebben een kersenboom (verborgen tussen de vele braambessenstruiken). De huisbazin moedigt me aan zoveel te plukken als we maar willen. Wanneer ik een uurtje later aan het plukken ben wandelt haar man langs. ‘Hebben wij een kersenboom?’

Natuurlijk duurt het niet lang eer het fornuis warm wordt en ik mijn eerste poging tot kersenjam waag. Een beetje een ongewone smaak omdat ik bruine suiker gebruik, maar dankzij een oude truuk (pitten in een zakje apart meekoken) is het wel heel vol en rijk. En neen, ik heb geen foto van het potje…

Kopje thee, deel 2

´s Avonds maak ik graag een kopje thee of 2,3,4. Wanneer ik er de tijd voor heb doe ik dat graag op de Gong Fu (is hetzelfde als kung fu) manier. In dit geval kan je Gong Fu vertalen als `doe je best´. Een van de dingen die er speciaal aan zijn is dat je verschillende kopjes goeie thee drinkt, eerder dan een grote pint vol pissewater. Het gevolg daarvan is dat je maar weinig theeblaadjes nodig hebt. En mijn `kleine’ theepot is eigenlijk nog te groot. Vaak moeten we de volgende ochtend de theeblaadjes weggooien. Om die zonde te vermijden ga ik op stap naar een kleiner theepotje. Ik ben een mens met veeel vertrouwen in de goede wil van anderen (ofte naïef’)  en ga weer langs bij de theewinkel van vorige keer. De verkoopster van vorige keer is er niet, wel de eigenares. Wanneer ik zachtjes, zonder verwijten, mijn relaas doe van vorige keer valt haar mond open. `Die pot is inderdaad alleen maar decoratie!´ Ze voelt er zich duidelijk slecht om dat de verkoopster dat niet wist, en wanneer ik mijn nieuwe klein theepotje afreken aan de kassa, schuift ze me een extra potje (‘reismodel’) toe  als cadeau.

We tetteren nog wat verder over thee, en wanneer ik nonchalant zeg dat ik het teveel aan thee gebruik om de planten water te geven (tip! Thee zit vol goeie dingen voor je moestuin) slaat ze haar ogen ten hemel, en zucht zwoel ‘ik ook’.

Kopje thee

Hoe maak je thee zonder gas of electriciteit? Zoals de oude Chinezen, natuurlijk, op een vuurtje. Hoe hou je dat vuurtje onder controle? Door het in een potje te stoppen. In de theewinkel zie ik een ‘nilu’, een soort kleinen pot met luchtgaten, bedoeld om een kleien pot met water aan de kook te brengen. Fan van al wat exotisch is, haal ik de buit binnen. Het is heet buiten, en ik ga sla een wildeman aan het experimenteren. Enkele brokjes houtskool uit het kampvuur redden, en hopla! Een lekker warm vuurtje in de pot. Veilig, draagbaar en goedkoop.

Maar het mag helaas niet zijn.. De pot die ik kocht is bij nader inzien bedoeld als decoratie, het is met andere woorden ‘geen echte’. Dat wordt pijnlijk duidelijk wanneer de dunne kleinen wand uit mekaar kraakt onder de hitte. Scherven brengen geluk zegt men. Ik recupereer de scherven om een lelijk plastic deksel in de tuin mee te maskeren.Ondanks het gefaalde experiment schenken we ’s avonds toch een heerlijk kopje thee. En de buurvrouw brengt wat bloemen van haar bonenplant voor N.  Een dikke mot besluit ons gezelschap te houden aan de binnenkant van onze lamp.

Ondertussen blijf ik natuurlijk wel op zoek naar ‘een echte’ nilu. Via een Fransman die in Taiwan woont zou ik er wel eens kunnen aangeraken.

Ook op het menu: de oogst aan look ‘vlechten’ (al ben ik barslecht in al wat fijne motoriek betreft) en een geslaagde bananencake*. Over die cake: Ex collega Casey komt langs voor het avondeten. Het is de eerste keer dat hij blijft eten, dus ik check grondig of hij enig probleem heeft. “I’ve got a stomach of steel” zegt hij. Niks is hem te zwaar. De pikante Thaise kip gaat er vlot in. En ik herinner me het bbqkip-incident op het werk, waar hij gemarineerde kippevleugeltjes had meegebracht voor de collega’s, eigen recept. Iedereen zwaar ziek op de werkvloer, maar hij had niet het minste last. Mister Stomach of Steel dus. Maar na een hapje cake piept hij plots paniekerig “zit daar banaan in? Ik krijg astma van banaan!”

Vijf gedachten op een warme zomeravond

Vijf gedachten van vandaag vloeien samen:

1 Dieren die we domesticeren ondergaan allemaal een proces van infantilisering. Gedrag van het onvolwassen wilde dier wordt het gedrag van het gedomesticeerde volwassen dier. Een hond blaft, net zoals pups van wolven. De volwassen wolf huilt. Veel effecten zijn ongewild, maar onvermijdelijk. Het gaat zowel om het uiterlijk als om gedrag.

2 Als mens in een westers land maken we vandaag de kans tot een verlengde kindertijd. Volwassenen kunnen tijd en geld steken in ‘kindergedrag’: bootjevaren voor het plezier, videospelletjes, rollenspellen met trollen, elfen en orcs… Honderd jaar geleden zou daar volkomen op neergekeken worden. Vandaag is het normaal, en ben je saai als je niet minstens 1 zulke passie hebt. Welliswaar als ‘zijproject’ in je leven, naast iets ‘echts’ volwassen zoals een carrière of een gezin.

3 Naar de universiteit gaan om te doctoreren heeft in Noord-Amerika bijna geen enkel nut meer. Er wacht je een toekomst van financiële problemen, afzondering van je vrienden en familie, stress, desillusie en slechte werkvooruitzichten. En dat alles om te specialiseren in 3 regels uit een gedicht dat 500 jaar oud is. Een gepassioneerde loodgieter kan de mensheid meer verlichting schenken. Ook in de wetenschap valt de relevantie van een doctoraat te betwijfelen: iemand die tien jaar heeft gewerkt aan een thesis die eindelijk echt volledig helemaal bewijst (oh ja, werkelijk?) dat enzym x in geval y kan interageren met agent z heeft 0,000001 procent impact gehad op de wereld. Een farmaceutisch bedrijf dat onwetenschappelijk en onethisch een nieuw, onvolmaakt medicijn, op de markt gooit om dan wat brandjes te blussen en de ergste bijwerken bij te sturen na vijf jaren van diverse klachten zal een veel groter verschil gemaakt hebben. De academische wereld wordt je hele wereld. Maar doet die er toe?

4 De vergelijking met het Olympisch Comité is makkelijk te maken: een orgaan dat zichzelf benoemd, maar bijzonder weinig relevantie heeft in de grotere wereld. Een staat die topsporters sponsort heeft daarmee de volksgezondheid niet vooruitgeholpen. Een staat die seniorenyoga sponsort doet veel meer. Wie zal de beste kasten maken? Een student houtbewerking die wel eens een goed boek gelezen heeft over oude stijlen, of een doctor die alles weet over vijftiende eeuwse bindtechnieken met bamboehout in de Indonesische archipel?

5 Beeld je een monnik in. Hij heeft, dankzij mecenaat of de (al dan niet vrijwillige) steun van een samenleving na vijftig jaar gebed, studie en meditatie verlichting heeft gevonden. Wanneer men hem vraagt wat nu het ultieme doel van de mensheid is, hoe we verlichting bereiken, hoe we dichter bij God kunnen komen,… antwoord hij dat het antwoord niet verteld kan worden, enkel ervaren door hetzelfde te doen wat hij deed. Met andere woorden: wanneer we als volledige mensheid de verlichting willen bereiken, sterven we met z’n allen van de honger. Heeft verlichting zin, als het slechts door enkelen ervaren kan worden?

Wanneer deze 5 gedachten samenvloeien stelt zich de vraag: hebben we onszelf ondertussen zodanig gedomesticeerd dat we gedrag dat typisch is voor een onvolwassen brein (het zoeken naar de ‘ultieme waarheid’, het streven naar perfectie, het alles weten over bijna niets) verheffen tot het ultieme gedrag. Tot de grootste en meest waardige van alle roepingen?

Dit is niet bedoeld als belediging voor wie dan ook, het zijn vragen die ik me stel. Wie het antwoord meent te kennen kan altijd antwoord achterlaten.