Archive for maart, 2012

Van brood…

Word je groot? Van korstjes krijg je borstjes? Ik weet alleen dat ik steeds weer een raar gevoel in mijn maag krijg nadat ik brood eet. Zowel zelfgemaakt als uit de winkel. Dat, en het feit dat ik nog steeds zo mager ben, zet me aan het denken.
De afgelopen jaren heb ik veel moeite gedaan om mijn gezondheid op te krikken. En het resultaat mag er zijn!
Door van sigaretten, alcohol, melkproducten en gefrituurd eten weg te blijven en veel te sporten heb ik mijn hooikoorts zo goed als klein gekregen en mijn darmen grotendeels in het gareel gebracht. Maar hoe meer je op je gezondheid let, hoe opvallender het wordt wanneer er iets mis is. En dat brood blijft me verontrusten.
Ik lees meer en meer over glutenallergieën, en ik ga de proef op de som nemen: 2 maanden zonder, en dan evalueren of ik me beter voel of niet.
Hoewel gluten (een proteïne in veel graansoorten) in zowat alles zit dat de moderne mens eet, zou het voor mij geen al te grote aanpassing mogen zijn. Koekjes at ik al niet. Havermoutpap (ontbijt van elke dag) is oké, ik kan alternatieven vinden voor brood (ik fabriceer iets dat qua smaak veel weg heeft van Indonesische spekkoek) en voor pasta gebruik ik Soba noedels van boekwijt (njam njam njam).
Wordt vervolgd 🙂

Ander nieuws van het kookfront? Awel ja 🙂 Binnenkort houden we hier weer een kookfeestje, en ik heb me op het dessert gestort (het maken ervan toch) en werk me suf aan vier smaken ijsroom (pistache, groene thee, zwarte sesam en bosbessen). Als je weet dat 1 portie maken inhoudt dat je een hele namiddag lang elke kwartier die pot uit de vriezer mag nemen en omroeren dan weet je wel hoe omvangrijk dat werkje is 🙂 )
Natuurlijk moeten we voorproeven 😉

En we smullen van een stukje van Naomi’s oogst, heerlijk paksoy 😀

B2B

B2B, geen Business2Business maar Back2Burnaby.
Op het vasteland voor 2 dagen, voor een medisch onderzoek (deel van de permanente verblijfsvergunning-procedure). De dokter is afkomstig uit Friesland, maar veel meer dan “ja ja hoe gaat het” krijg hij er niet meer uit haha. De temperatuur is eindelijk wat gestegen, en ik heb éven een terrasje kunnen doen 🙂

Ik breng de nacht door bij mijn oude huisbazen, en wordt prompt getrakteerd op een nachtelijke BBQ. Huisbaas Glen heeft namelijk een splinternieuwe gekocht in de States, en die moet worden ingewijd!
Geloof me, mijn buik zit vol. Ik droom de hele nacht van eten, en ‘sochtends moet ik er weer aan geloven met een dubbel ontbijt.
Kan hij koken! Als een bezeten voodoopriester, maar lekker zo lekker die varkenskoteletjes. Voor de rest is hij erin geslaagd een salade van rode bieten/aardappelen te maken die ik zowaar verslavend vind. Los van de vele groenten, nasi goreng etc etc. Zijn vrouw, dochter en ik moeten helaas passen voor de cake, maar ‘snachts hoor ik hem nog tegen zichzelf grommen “raah! my ice cream!”.
Glen’s vader heeft nog gekookt voor de president van Trinidad, dus het is niet zo verwonderlijk.

Oude huisgenoot Jackie woont nog in het studentenhuis, en heeft zijn hond laten overkomen uit Toronto. De kleine keffer zit boordevol energie, daagt de hele tijd de grote hond van de huisbazen uit, en heeft 24/7 die waanzinnige “ik wil spelen”-grijns.

De volgende dag slip ik nog even binnen in het Japanse culturele centrum in Burnaby, en pik de laatste dag mee van een tentoonstelling over tenugui (zakdoeken). Klinkt boeiend, niet? Dan nog smikkelen met vriend Kazu en familie in het Japanse bejaardentehuis. Slim gezien, de refter van het tehuis is open voor het publiek, en de wachtrijen zijn belachelijk lang. Blijkbaar smelt iedereen voor traditioneel Japans eten “zoals grootmoeder het maakte”, voor minder dan 10 dollar.

Wordt er ook geshopt, hoor ik je vragen? Natuurlijk loop ik wat rond in Metrotown (de grootste shoppingmall van groot-Vancouver) en in (natuurlijk) de skatewinkel vind ik wat prachtig nieuw ondergoed. Maar dan heb ik het wel gehad. Zo’n drukte en kabaal, daar is deze jongen niet meer aan gewend. Liever dan lang shopping in Vancouver of Burnaby gebruik ik de laatste vrije tijd om wat in de zon te zitten op de oude pijl-en-boog schietbaan in Burnaby.

Op weg naar huis krijg ik een prachtig avondzicht van onze haven cadeau (het is eindelijk eens twee dagen zonnig geweest, jeuj!)

Project Mando-pagoda

Maandenlang zat het me dwars. Die instrumentenkisten op de vloer. Bij gebrek aan statieven hield ik de mandoline en banjo in hun kist, maar het hield me vaak tegen om te oefenen. Ja, de moeite om de kist open en dicht te doen was er teveel aan haha.

Er moet een oplossing, maar wel eentje met stijl. De eenvoudigste manier is muurhangers te kopen. Maar dan moet ik op zoek gaan naar de steunbalken in de muur (geen zin in), en later de gaten weer opvullen en overschilderen wanneer we verhuizen (al helemaal geen zin in).
Daarom knarsen mijn hersenen een hele dag op het werk tot ik eindelijk vind wat 1+1 is, en na het nodige kribbelwerk ligt het basisidee vast.
Ik duik in het rommelkot van de huisbazen, vind de nodige overschotjes hout, ren naar de doehetzelfzaak voor wat houtklemmen en verf en… wacht eerst nog een weekje om het allemaal te laten bezinken voor ik eraan begin 😉
Maar een keer in gang geschoten is mijn “muziektoren” klaar op 4 dagen werken. Jeuj 🙂 En hij draait!

Waar ik vooral blij mee ben is het verschil in aanpak. In plaats van op een drafje beginnen te monteren, heb ik wat meer tijd gestoken in meten, en ik ontdek de geneugten van de “pre-assemblage”. Zo kom ik de toekomstige problemen tegen nog voor het te laat is.

En jeej! Het schilderen zit nog wat in de vingers, zo hoef ik geen meters schildertape te plakken. En geloof me, geconcentreerd schilderen is héél erg Zen.

Mission: prop je dag zo vol mogelijk

De omstandigheden: Naomi en ik hebben exact 1 dag in het vooruitzicht waar we samen een uitje kunnen maken.
Doelwit: Victoria, hoofdstad van BC, op 2 uur rijden van Nanaimo, en tjokvol interessante plekjes.
Voorbereiding: maandenlang alle todoes opsparen.

Wat me nu meer en meer opvalt is hoe Victoria verschilt van Nanaimo, Vancouver en Burnaby. Het is een pak ouder, en volgens de bewoners “Engelser dan de Engelsen”. Dat het nog steeds de hoofdstad van British Columbia is, ook al is Vancouver vele keren groter, doet me vermoeden dat ze Brits Colombianen een groot verlangen hebben naar traditie en wortels. Iets dat het blank noordwesten van Amerika nog volop moet opbouwen.
De dag begint met een bezoek aan Rick Van Krugel, mandolineverzamelaar, -speler en -bouwer. Zijn huis is een museum vol prachtstukken, en vol vuur en passie speelt hij op al z’n favorieten.
Gelukkig voor mij is zijn goedkoopste mandoline degene die mijn hart het snelst doet slaan. (Veel van de duurdere mandoline’s zijn gebouwd voor bluegrass muziek, waar ik mij niet aan waag.)
Na de aankoop zit ik met een dubbel gevoel. Langs de ene kant heb ik mijn zorgvoldige voorbereidin voor deze aankoop totaal genegeerd en de inspiratie van het moment laten beslissen.  Iets dat heel kostelijk was toen ik nog surfgitaar speelde, en versterkers en effecten kocht bij de vleet. Langs de andere kant heb ik een veel goedkoper model gekocht dan waarvoor ik geld had voorzien, en ik ben er verdulleme blij mee. Het gevoel dat “dit de enige juiste keuze was” doet me de hele dag lang glunderen. Het is ook een soort beloning voor mezelf, want in tegenstelling tot jaren als gitarist en bassist oefen ik zo goed als elke dag op het instrument, en durf ik mezelf stilaan “mandolinespeler” noemen. De weg is nog lang, maar wanneer ik merk hoeveel vlotter en beter ik speel dan op mijn vorige en hoeveel beter het klinkt (ook Naomi hoort duidelijk het verschil) dan weet ik dat dit de juiste stap was.

En nu.. de stad in, op weg naar Daidoko, een lunchplek waar Naomi al jarenlang eens naartoe wil. Elke keer ze probeerde, stond ze voor een gesloten deur. De plek sluit namelijk wanneer het eten op is. En dat is snel, want alle groenten komen uit hun eigen tuin en boerderij, en er staan massa’s yuppies in de wachtrij.
Het menu is beperkt maar om van te watertanden. Met wat weemoed denk ik terug aan de vijf weken supergezond en lekker eten in Okinwawa…. Ahh…
Een van de tijdschriften die er rondslingeren is het nieuwe “Lucky Peach”. Een culinair magazine “nieuwe stijl”, gemaakt door een topchef uit New York.
Thuis gekomen zoek ik op hoeveel het kost (jeuj! slechts 28 dollar voor 4 dikke edities) maar het nummer een is uitverkocht. Ik neem mezelf voor het magazine niet te lezen wanneer ik die nummer een niet in mijn handen krijg. (Kunsttoeren om mezelf toch maar een beetje in de hand te kunnen houden qua uitgaven). Een eerste blik op amazon en ebay wordt gevolgd door een luide jeuj! Een tweede blik, na het prijskaartje te zien, wordt gevolgd door een luid “watte!?” (In Nederlands met Kampenhoutse tongval, wat Naomi doet denken dat ik haast een hartaanval krijg). Editie een is tweedehands te vinden voor een luttele 200 Canadese dollar.
Ik zal me maar houden aan de receptjes die ik gratis online vindt 🙂

Daidoko wordt gerund door Japanners, en bevindt zich samen met een paar andere Aziatische speciaalzaken in een prachtige oude binnenplaats, met een typisch Engelse telefooncabine en een Haida totempaal. Mix and mash it up 🙂

Een van de leveranciers van de muziekwinkel sprak me eens aan op mijn knalgroene schoenen. “Ga naar Victoria, naar de Van’s en Converse winkel. Daar hebben ze álle kleuren, designs en modellen”. Ik heb al een hele tijd geen schoenen meer gekocht, dus ik zag er geen graten in eens langs te gaan. Op zich.. een dikke teleurstelling. Bitter weinig kleuren en designs spreken mij aan, dus we zijn op 3 minuten weer buiten. Gelukkig ontdekken we achter de winkel een fijn stadstuintje in een steeg. Het effect is fantastisch, en een aanrader voor alle duistere steegjes in Brussel.
Eenzelfde vestimentaire teleurstelling vinden we in de natuurklerenwinkel. Sinds een tijdje let ik er op dat mijn kleren van natuurvezelfs zijn, al is het maar omdat de vele jaren van synthetische kriebelkleren mij nog altijd vers in het geheugen liggen. De jaren tachtig (nylon! lycra! dat jeukt!) waren geen al te beste tijd voor bezitters van een teerdere huid.
Gezien ik mezelf nu verbied kleren te kopen tenzij er iets versleten is (weer een van die kunsttoeren) was er alleen een opening voor ondergoed. En neen. Dat hadden ze niet. Hip ondergoed vinden binnen mijn smaak is mij nog maar een keer gelukt, in Japan. En neen, alleen mijn vrouw heeft een toegangsticket tot die show.

Op weg terug naar de wagen verdwalen we nog even door een doolhof van binnenhoven in enkele grote woonblokken, uit de jaren van de eerste grote aantallen Chinese werkers. Het is een uniek gevoel om door zulke door en door Europees aanvoelende steegjes te dwalen. De vergelijking met de Berlijnse Häckische Höfen, waar mijn neef Steven zo enthousiast over kon vertellen.

Op deze trip sleur ik ook mijn banjo mee. Het is een goedkoop beginnersmodel, en ik zal nog maanden moeten spelen om een upgrade te rechtvaardigen. Maar ik wil er graag eens naar laten kijken door banjomaker Dave Cahill van Old Town Strings. Mijn porte monnaie maakt alweer een vreugdesprongetje: er is niets dat hij er aan kan of wil verbeteren. We keuvelen nog wat verder en we krijgen een mini rondleiding door zijn atelier. Voor een man die binnen drie maanden zal moeten kiezen Wat Hij Nu Echt Wil Doen Met Zijn Leven is het inspirerend en frustrerend tegelijk om vakmannen te zien die zoveel passie hebben voor hun stiel.
Dave is afkomstig van Virginia, en vreemd genoeg denk ik bij z’n accent eerst aan een Brit. De accenten aan de oostkust van de VS zijn uniek, zo denk ik ook terug aan de man met het moddervette Boston-accent die ik in China tegenkwam. Onmogelijk om het te “plaatsen”.

Laatste shop op deze trip (die goedkoper en goedkoper blijkt uit te vallen) is de enige bonsaiwinkel op het eiland. De gerant heeft jaren in Japan getraind en deelt nu zijn passie met de Canadezen. Wederom financiële chance: de goedkoopste bonsai is exact wat ik zoek 🙂 En wederom is het heerlijk om iemand bezig te zien met zoveel liefde voor het vak. Het zijn ook métiers (instrumentenbouw, botanie) waar je geduld met emmers voor moet hebben. Onze piepkleine bonsai is 8 jaar oud! 8 jaar van onderhoud voor iets dat niet meer dan 60 dollar kost. En een instrument heeft jaren nodig om zijn beste klank te ontwikkelen, gaat van eigenaar naar eigenaar, van restauratie naar restauratie.
Het doet me terugdenken aan een korte fascistische gedachte die ik had achter de kassa van de instrumentenwinkel. “Als ik ooit baas ben van de wereld,” galmde mijn denkbeeldige speech door mijn hoofd, “dan worden er geen broddelinstrumenten meer gemaakt, mag geen enkele verzamelaar meer dan 3 instrumenten hebben en leert iedereen spelen op een goed, oud instrument.” Jaja. If I ruled the world..

De dag eindigt met een rit naar Mount Douglas, over de baan waar Naomi ooit haar eerste meters met de auto reed.
Vanop de top hebben we een prachtig maar kort uitzicht. Dezelfde atmosferische eigenaardigheden die Victoria merkbaar warmer houden dan de rest van het eiland, zorgen ook voor hevige en ijskoude winden op hogere hoogtes. Waar we ons bevinden. Het uitzicht is niettemin indrukwekkend, en in de verte zien we enkele eilanden van de Verenigde Staten. Dichterbij de grens met VS ben ik nog nooit geweest.

Gedachte van de dag: Eilandgevoel

Eilandgevoel
Ontwikkelt zich sneller
In de enkele uren op het vasteland
Dan in de vele maanden van de kust.

 

PS voor wie het weerbericht volgt: de hittegolf die Centraal- en Oost-Canada nu treft, heeft British Columbia helaas overgeslagen. Het is hier gemiddeld 4 graden °C, grijs en nat.
Onze wraak zal zoet zijn!

Grote Vakantie

Nog 1 dagje werken en dan… Grote Vakantie

Drie maanden wachten op het permanenten verblijfschap voor Canada. Drie maanden waarin ik niet mag werken.

Optie 1: naar België vliegen en een interim baan zoeken. Nadeel: drie maanden weg van Naomi, en de kans is klein dat ik dan nog terug zal willen.

Optie 2: hier blijven, en van het leven genieten.

Ik hoef je niet te vertellen welke optie het geworden is 🙂

De grote vraag leek even “wat doet een mens met drie maanden vrije tijd?” Zeker als je de beperkingen bekijkt: weinig geld om uit te geven, en geen auto ter beschikking voor langere periodes  (want daar tuft Naomi vrolijk mee rond voor haar school- en stage-uren).

Uit alle wilde ideeën moesten er veel sneuvelen: de toer van Vancouver Island (te voet? dat zou me een jaar tijd kosten en er zijn meestal geen wegen),  houtbewerkingscursus (te ver en te duur),  Chinees leren (waarom?) enz enz

Maar wat er overblijft is genoeg om drie jaren mee te vullen:

Categorie 1: het leven gaat door, het dagelijkse leven dus ook.

Met andere woorden: koken, wassen, plassen, fitness, joggen, stretchen, de tuin onderhouden…

Categorie 2: zelfontplooing

  • Elke dag wat Japanse les
  • Elke dag mandoline en banjo oefenen
  • Intensieve paardrijles
  • Als vrijwilliger alle drukwerk van het Nanaimo museum vertalen naar het Nederlands

Categorie 3: de wildernis in bij mooi weer

Dicht genoeg bij huis om te voet/brommer er te geraken:

  • Mount Benson
  • de Ammonite Falls

Categorie 4: het eiland verkennen met Naomi tijdens haar vrije dagen

Port Hardy, Saltspring Island, Protection Island, kanovaren, de Cowichan Tea Farm , Tofino

Categorie 5: “knutsel”projectjes

  • Bamboe scherm maken voor in de tuin
  • Compostvat maken
  • Mandoline/banjohanger maken
  • Mijn kistje schilderen
  • Keukenrek maken
  • Kamerscherm maken

Categorie 6: mocht ik mij, wonder oh wonder, toch nog vervelen

Heel goedkoop, wegens “ik heb het gerief toch al”

  • Boogschieten
  • vissen-van-aan-de-kant
  • skateboarden
  • surfen

Een mens krijgt bijna faalangst voor zijn vrije tijd 🙂
Afspraak in juni, en zien wat ik hiervan heb kunnen waarmaken 😀

Onontgonnen cultuur

Op een mooie dag (ahem) op weg naar het werk zie ik plots iets roods aan de kant van de baan. Rood is zeldzaam in Canada. Het staat wel op hun vlag, maar in het dagelijkse leven zie je weinig rode kleren, rode huizen, rode auto’s, .. Kwestie van niet teveel op te vallen zeker?

In Vancouver zocht ik laatst de hele stad af voor een rode muts. Uiteindelijk heb er ik eentje gevonden, in België.

Dus die rode vlek trok mijn aandacht, brommertje aan de kant en wat blijkt.. En monument voor de eerste Chinese pioniers. Gemaakt in de jaren ’60. Het heeft niet de grandeur of het gevoel van tijdloosheid dat je in echte Chinese bouwwerken ziet, het zal dus op z’n jaren 60 rap rap moet gegaan zijn, en vooral niet teveel kosten.

Ik lees dat het vooral een populair plekje is om tijdens de zomer familiefoto’s te maken.  In de zomer kom ik nog’s terug, en zal ik zien of beter weer deze plek meer charme kan geven.