Archive for februari, 2012

Puzzelpret


Wat doet een scooterrijder tijdens het regenseizoen? Bussen.
En wat doe je een uur lang op een dampende, stinkende en wiebelende piepbus? Puzzelen.

Stijn, mijn reisgenoot in Japan, had altijd een paar puzzelboeken bij voor de lange uren op de trein of in de bus. Hij is een van die mensen die zichzelf blijven “upgraden”.
Een kei in logica en wiskunde, maar hij voelde zijn beperkingen in taalvaardigheid, en voelde zich nooit echt tiptop wanneer hij Japans probeerde te spreken.
Ik zit omgekeerd in mekaar. Taal gaat vlot, maar wiskunde en abstracte logica was jarenlang een hindernis.

Zo ontdekte ik pas op mijn 18e dat ik niet kon hoofdrekenen. Blijkbaar had ik al die jaren “gecijferd” op een mentaal blad papier. Geen wonder dat ik bleef worstelen met ingewikkelder dingen. Toen ik dan eindelijk de juiste manier begon te gebruiken ging er een wereld voor me open. 188 x 4? Da’s toch gewoon (200×4)-(12×4)? Jeej 🙂

Och jee, wanneer ik terugdenk aan de talloze radeloze leerkrachten in de basisschool… Wanneer ik denk aan mijn goede tante Annie die mij tijdens vakanties probeerde enthousiast te maken voor puzzelboeken…
Wanneer ik het gezicht van mijn lerares wiskunde in het eerste jaar leraaropleiding voor de geest haal toen ze doorhad welke vreemde kronkels ik gebruikte om te kunnen rekenen…
Wanneer ik de verbazing zag in de ogen van mijn toenmalige vriendin toen ze een paar kinderspelletjes uit haar logopedisten-kist haalde en ik mijn pret niet op kon bij het oplossen van verkeerspuzzels, ruimtelijk inzichtpuzzels etc etc.

Toen ik hier in de boekenwinkel een paar wiskundepuzzelboeken vond zag ik een uitdaging voor mezelf. Het is op de tanden bijten, want veel van die boeken gaan er van uit dat je toch flink wat voorkennis hebt. Maar bij elk nieuw type puzzel dat ik tegenkom knetteren mijn hersenen en voel ik als het ware de nieuwe verbindingen ontstaan. Awesome, zoals de Canadianen zeggen.

En zo haal ik dus bij elke wacht gelegenheid een puzzelboekje boven, vliegt de tijd voorbij en word ik wat slimmer met elke pagina. Ach, als wijzer worden ook maar zo snel ging 🙂

Met lichtmis geen vrouwken zo arm…

of ze… Ja weet ik veel!Ik ben geen vrouwken.

Maar ik herinner me wel de traditie binnen mijn moeders familie om met Lichtmis stapels pannenkoeken soldaat te maken. Daarbuiten krijgt mijn moeder nog steeds spontaan aanvallen van pannenkoek-moeten-makerij, en dan kom je thuis van je werk en staat er een toren dampend genot op je wachten.

Op de landsbond van CM waar ik werkte voor mijn verhuis naar Canada had ik een collega uit Waals-Brabant die de lichtmis-traditie op dappere wijze verdedigde op de werkvloer. Met lichtmis kwam hij binnenwandelen met indrukwekkende hoeveelheden pannenkoeken. Iedereen van de IT dienst, van bleu’ke tot topmanagement stond in de rij. En ja, er werden vergaderingen stopgezet om eerst even pannenkoeken te gaan halen.
Daniel, si tu lis ceci, sache que tu seras pour toujours mon héros 😉

Ik hoor wel vaker dat mensen die ver weg van huis zijn meer drang hebben om zich aan tradities vast te klampen. Zo sprak ik vorige week een taxichauffeur met Finse roots, die mij bezwoer dat in het binnenland van Canada er nog afstammelingen van Finnen rondlopen die zo uit de sprookjesboeken lijken overgekomen. De Oost-Europese gemeenschap hier laat Sinterklaas komen in december (ja, dé Sinterklaas) en Sikhs hebben hier baarden van een lengte waar ze in India nog niet aan zouden durven beginnen groeien.

En ik? Ik bak pannekoeken met Lichtmis 🙂 Voor de buren, vrienden en collega’s.
Maar zo eenvoudig is het niet. In mijn drang om een uniek minicultuurtje te maken voor ons gezin kies ik een recept voor Japanse pannenkoeken voor deze oer-Nederduutse traditie.
Dorayaki zijn dikke pannenkoeken met een vulling van zoete rode bonen. Ik probeer heiliger te zijn dan de paus, en gebruik kwaliteitsmeel, Eerlijke Eiren en maak mijn eigen rode-bonen-pasta. Dat houdt in: urenlang weken en drie maal opkoken.
Waar ik geen rekening mee hield, is dat het recept dat ik volg “gewoon” meel dicteert. Als gevolg is mijn deeg superdik, en sta ik te bakken van 7u ’s avonds tot middernacht eer ik mijn stapels klaar krijg. Dat vergeten we nooit meer.

Dan in een zakje klaar voor de volgende, dag, mét de officiële Mori No-stempel erop. Een zakje met een kwaliteitsstempel, daar móet wel goed spul in zitten 😉

Tot mijn grote vreugde zegt er niemand “eikes beikes vies en bah” en krijg ik zelfs een paar complimenten van collega’s. Oef! Mission accomplished.
(vader en Véro, jullie hebben hiervan al eens kunnen proeven)

Master Stock

Wie is Master Stock, hoor ik je vragen?

Een master stock, of 卤水 in het Chinees (of “meesterbouillon”) is een bouillon die gebruikt wordt in de Chinese keuken. Vooral voor eend of kip maar ook voor ander vlees.
Wat maakt het zo speciaal? Dat je het herbruikt. En herbruikt. En nog eens. En nog eens.

Wilde geruchten doen de ronde over eeuwenoude bouillons in restaurants in Guandong, maar 7 jaar (zoals de Australische chef Neil Perry) is ook al straf.
Omdat je het helemaal doorkookt (en tussentijds door in de vriezer bewaart) kan er weinig misgaan. En elke keer dat je het gebruikt neemt de bouillon meer en meer smaak op van het vlees. Ik kan niet wachten tot we 7 jaar verder zijn 😉

Mijn eerste gerecht met de meesterbouillon is niets wereldschokkends, maar jawel, de kip smaakt heerlijk 🙂

(wat zit er in mijn pot? water, sojasaus, bruine suiker, sake, pijpajuintjes, steranijs, gember, chilipepertjes en look)