Archive for november, 2011

Hop hop hop, geniet van het moment

Op een druilerige dag pik ik N op na het werk, en bollen we richting huis. Wanneer we het stadspakje (Mafeo Sutton Park) passeren merken we de fijne verlichting van het paviljoen op.
Dag-plukkers als we zijn parkeren we de auto en huppelen een tijdje rond op de verlaten maar feërieke parking. Vroege kerst voor 2 🙂

Advertenties

Ontdek je plekje 3/3 – Jack’s Point

Het wordt al donker wanneer ik toekom in dit langgerekte park.

Uiticht over Nanaimo, Protection Island en Gabriola Island, een lange wandeling, strandjes en niet teveel andere mensen. Wat wil je nog meer?

De weg hiernaartoe voert langs uitgestrekte industriezone’s, een First Nations reservaat, velden en bossen. En dat allemaal vlakbij Nanaimo. Ik voel me in een andere wereld, heerlijk!

De weg splits uiteindelijk op, en gezien ik niet de ferry naar Stawassen op het vasteland wil nemen, ga ik het kleine baantje op naar Jack’s Point.

Tijdens het wandelen begin ik te dagdromen van de volgende zomer, wanneer we een kano gaan aanschaffen. Is het doenbaar om van de haven van Nanaimo tot hier te peddelen? Ik denk het wel 🙂 Maar ik zal mijn armen maar tijd gunnen, en als eerste uitdaging Newcastle Island nemen 🙂

Wanneer ik thuiskom zit de kat van de buren op wacht in de boom naast onze voordeur. Onze kat Suzu heeft het haar al vaak willen nadoen, maar slaagt er nog niet in om boven te geraken.

Terzijde…
De scooter gaat “op stal” voor de rest van de winter. De dagen waar het én regent én vriest én hard waait én stikdonker is worden toch net iets te talrijk, en ik zou graag de pensioengerechtigde leeftijd bereiken met al mijn tanden, vier functionerende ledematen en zonder stoma.
Een week geleden dacht ik bij mezelf, al scooterend tot het werk, “jongens nu is het toch wel echt slecht weer”. Dan kom je thuis en hoor je dat zelfs de ferries niet meer uitvoeren..
Tenzij het een prachtige dag is, zal deze jongen dus een tijdje bussen.

Ontdek je plekje 2/3 – Chase River Estuary Park

Op een grauwe namiddag besluit ik de Cabin Fever te bestrijden, en spring de wagen in naar een beetje groen.

Op een paar minuten met de auto (maar te voet wel een uur) ligt een klein parkje dat nog niet door mij ontdekt is. Verscholen achter een restaurant en een waterzuiveringsstation. Het schijnt een broedplaats voor roofvogels te zijn, en wanneer ik de frisse lucht opsnuif schrik ik inderdaad een grote jongen op, die even intimiderend rondvliegt en zich dan weer op z’n tak nestelt.

Langs een rivierover liggen enkele fotogenieke autowrakken, maar het lijkt geen sluikstorten, eerder een rituele dump haha.
Het parkje geeft meer wandelmogelijkheid dan de kaart doet vermoeden, en biedt een fijn uitzicht over het delta van de Nanaimorivier.

Ik besef nu hoe Nanaimo een “verwrongen” topografie heeft: de stad is langgerekt tussen de (enige) snelweg en de zee, het oude centrum ligt helemaal in het zuiden en 90% van de stad is snelle suburbiaanse nieuwbouw.
Je zou kunnen zeggen dat Nanaimo “Vancouver Eiland op z’n kop” is: wanneer je op dit eiland van zuid naar noord gaat, ga je van hoofdstad naar steeds kleinere steden. En halfweg het eiland zijn er alleen nog kleine dorpjes. Nanaimo is omgekeerd: ga je vanuit het centrum naar het zuiden, dan zit je zo in de brousse, maar ga je naar het noorden, dan heb je kilometers shoppingcentres en woonwijken. (Zet je een stap naar het westen dan zit je in de bergen en naar het oosten dan zit je in de zee)

En nu, voor het donker wordt, hop weer de auto in en bollen naar de overkant van het delta, naar Jack’s Point.

Ontdek je plekje 1/3 – Piper Park

Al sinds dag 1 loop ik in Nanaimo rond met de vraag “wat is toch dat vreemde paviljoen daar achter het casino”?

Dichtbij waar we wonen staat het Port Place shoppingcentre, inclusief een casino, dat het zicht op “dat vreemde paviljoen” steeds ontnam. In de zomer echter begon een groot rondje afbraak: het shoppingcentre wordt kleiner gemaakt (realistische downsizing! in bouwgek Canada!) en plots staat dat paviljoen daar in volle glorie te schitteren.

Tijdens een weekenddag besluit ik toch maar eens de toegangsweg te zoeken. De enige manier om er te geraken is langs de groezelige achterkant van het casino.

Het blijkt een tentoonstellingspaviljoen te zijn in het “Piper Park” (lees: 2 vierkante meter gras en bomen) en mijn belangstelling is gewekt. Het herdenkt het mijn-verleden van Nanaimo (de stad is geroeid dankzij mijnbouw) en in een van de gebouwtjes staat zelfs een oude stoomlocomotief. Helaas is het niet zo eenvoudig foto’s maken, ik zal dus nog eens terugmoeten komen in de lente.

Wat wel heerlijk is, is het unieke uitzicht op de haven en de bibliotheek (een van mijn favoriete plekken in het stadscentrum). Ik blijf mijn filosofie verdedigen dat je zoveel mogelijk verschillende perspectieven moet opzoeken om zo het volledigste plaatje te krijgen.

Achter het paviljoen zitten twee mannen op een bankje bier te drinken en radio te luisteren.
Ze kamperen op het bibliotheekplein, als deel van de Occupy Nanaiomo beweging. Met allebei hun verhaal (de ene een gefaalde bankovervaller, de andere uit zijn huis gezet) hebben ze allebei hun redenen om deel uit te maken van een beweging die verandering wil brengen.
Ik voel hun hoop, gesterkt door de recente crisissen overal ter wereld. Maar net zoals alle andere “Occupy …” terreinen zal ook dit kampement gauw worden ontruimd door de politie. En verandering in hun leven zal vanuit henzelf moeten komen.
Binnen enkele jaren zal hun verhaal niet meer dan een secondenlange montage zijn met achtergrondmuziek, in een historisch overzicht van 2011.

Van de Swinging Mandoboys en eetavonden

In de muziekwinkel schafte ik me na een maand van veel vijven en zessen eindelijk een nieuwe mandoline aan. Eerlijk is eerlijk, ik heb veel geoefend (waarschijnlijk meer dan ik ooit op gitaar heb geoefend in 15 jaar) en ik verdiende toch wel een stapje “omhoog”.
Collega Adam kocht mijn eerste mandoline van me over, en zo verspreidt de mando-bug zich langzaam over Nanaimo 🙂

N waarschuwde me: “wanneer je vanavond thuiskomt zal het huis op stelten staan”. Ze had een kookavond gepland met enkele vriendinnen. Verwacht nadeel: veel kabaal en rommel, verwacht voordeel: stapels lekker eten.

De realiteit pakte lichtjes anders uit. Ik nam Adam op sleeptouw om wat mannelijke versterking te hebben. En de avond draaide uit op heel veel eten, mandoline spelen (inclusief verjaardagsliedjes voor een van N’s vriendinnen), gezelschapsspelletjes en veel animatie (lees: vrouwengekir).
Adam, punkrocker in hart en nieren, had nog nooit mandoline gespeeld, maar na een uurtje vliegen zijn vingers al over het fretbord en is hij officieel de eerste mandolinepunkrocker ter wereld 🙂

Rond middernacht kruipen Adam en ik in onze respectievelijke nestjes, terwijl de meisjes (zo leer ik de volgende dag) tot drie uur in de ochtend doorgaan met kirren.

La vie est belle.

Bezoek


Elke keer weer zijn we uitgelaten als twee puppies wanneer we bezoek krijgen.

Meestal begint en eindigt een bezoek hier: aan de ferryterminal naar Horseshoe Bay,  West-Vancouver.  De laatste bezoekers kwamen toe na 13 uren vliegen en anderhalf uur op een boot.

Yuzu en vriendin Sae kwamen voor 5 dagen naar Canada, vanuit Japan. Op vijf dagen zijn ze naar de Niagara watervallen, Ottawa, Vancouver en tenslotte Nanaimo gehold. Hardcore style.

Met Yuzu heb ik heel wat tijd op Okinawa doorgebracht, en ondanks de taalbarrière konden we goed samenwerken. De standaardregel van wereldreiziger-ontmoetingen is dat je ontelbaar veel fantastische mensen leert kennen, maar dat de kans om ze ooit opnieuw te zien minuscuul is. Jongens, ik ben blij dat er uitzonderingen bestaan!

En op de koop nog een gepersonaliseerd cadeau krijgen, dan voel je je God in Frankrijk 🙂